Herfst

Het is druk in de voortuin. Het is herfst. Niet zo’n warme nazomer herfst maar een echte. De kou van de winter is in aantocht en dat voel je. Het is druk rond de heg. Na jaren zijn de meidoorns eindelijk groot genoeg om samen een heg genoemd te mogen worden. Behendig en haastig springen de mezen tussen de doornige takken door op zoek naar een snelle maaltijd. Ze lijken stress te hebben van de kou in de lucht en weten dat ze deze winter hun vetreserves mogelijk nodig zullen hebben. Ook de roodborsten en vinken doen mee aan de wedstrijd eet om te overleven. Aan de overkant haalt een gaai eveneens acrobatische manoeuvres uit. Iets waar geen enkele vogel hem in kan overtreffen. En midden tussen als ie hongerige vogeltjes vliegt een motje. Die durft! Precies in het midden van het grasveld fladdert hij daar maar wat rond, Alsof verdwaald. Misschien was het aangeslagen door de plotselinge intrede van de herfstige kou of zal hij doorhebben dat zijn leven zo omringt door de vele koolmezen niet zeker is?”

Bever

Als de bever zich niet had bewogen, had ik het dier nooit opgemerkt. Het ritselen van het droge eikenblad trok mijn aandacht, of eigenlijk, ik schrok ervan. Ik was dan ook niet met de natuur bezig en zelfs niet aan het tuinieren. Het plastic afval uit de keuken moest naar de de container en dus stond ik daar; in mijn linkerhand de deksel van de container en in mijn rechter afval. Op een kleine anderhalve meter keken wij elkaar verrast aan. 

Terwijl de jonge bever stokstijf bleef staan gooide ik mijn afval weg en schoot ik, op klompen, snel naar binnen. De camera ligt altijd voor de grijp en terwijl ik snel terug liep hoopte ik dat hij er nog zat. Ik had geluk. 
De bever liep rustig naar beneden de sloot in. Ik dacht nog; die zie ik voorlopig niet weer en zeker niet overdag. Maar hij draaide zich om en ging rustig onder de wilg in de slootkant zitten. 

Zonder de bever echt te storen ben ik bij hem gaan zitten. Hij hield mij in de gaten maar leek zich verder niets van mij aan te trekken. Ik zat er een uur, misschien zelfs anderhalf. Hij deed zijn ding en ik keek. Het verder opruimen van de keuken heeft zolang moeten wachten.

Tuinweer

Koud? Ja, dat is het wel. Maar kou is maar een relatief iets, we zijn het gewoon even niet meer gewend. Waar wij vroeger zonder gezeur met natte handschoenen sneeuwpoppen aan het rollen waren zijn onze neuzen nu direct ijsklontjes zodra we de snufferd ook maar even naar buiten steken. 

Kou is relatief want ben je eenmaal bezig in de buitenlucht is het toch ineens perfect weer. Tuinweer bijvoorbeeld. 
Poten gaat nu even niet en zaaien is misschien wel een beetje teveel van het enthousiasme (hoewel… koukiemers…) maar het nodige snoei- en opruimwerk is een verwarmende bezigheid. Alles even netjes, uiteraard rekening houdend met de overwintering van het wilde tuinleven, en klaar voor het nieuwe tuinjaar. Of eigenlijk, een nieuw tuinjaar bestaat eigenlijk niet, dat verzinnen wij zelf natuurlijk. De natuur in de tuin stopt nooit en zit altijd ergens midden in het leven. 

Lukt het je tot het einde van de dag de kou te trotseren? Dan wordt je ook nog eens dubbel beloond met een prachtige zonsondergang. Het is juist nu dat de kou zorgt voor een verstilling in de lucht.