Het is druk in de voortuin. Het is herfst. Niet zo’n warme nazomer herfst maar een echte. De kou van de winter is in aantocht en dat voel je. Het is druk rond de heg. Na jaren zijn de meidoorns eindelijk groot genoeg om samen een heg genoemd te mogen worden. Behendig en haastig springen de mezen tussen de doornige takken door op zoek naar een snelle maaltijd. Ze lijken stress te hebben van de kou in de lucht en weten dat ze deze winter hun vetreserves mogelijk nodig zullen hebben. Ook de roodborsten en vinken doen mee aan de wedstrijd eet om te overleven. Aan de overkant haalt een gaai eveneens acrobatische manoeuvres uit. Iets waar geen enkele vogel hem in kan overtreffen. En midden tussen als ie hongerige vogeltjes vliegt een motje. Die durft! Precies in het midden van het grasveld fladdert hij daar maar wat rond, Alsof verdwaald. Misschien was het aangeslagen door de plotselinge intrede van de herfstige kou of zal hij doorhebben dat zijn leven zo omringt door de vele koolmezen niet zeker is?”